Oranjekoek

Friezen zijn een wat eigenzinnig volk en dat blijkt ook uit hun favoriete gerechten en dranken: Friese worst, Friese dûmkes, sûkerbole, Beerenburg en oranjekoek. Wat al deze dingen gemeen hebben is het overdadig gebruik van exotische kruiden en specerijen.

Op Wikipedia wordt gemakzuchtig gemeld dat de oranjekoek een lange geschiedenis heeft en men zwetst wat over de oude Germanen die reeds rituelen met feestkoeken hadden. Welnu, ieder volk op aarde maakt en maakte speciale gerechten als er weer eens iets te vieren was. Niets nieuws onder de zon.
[Foto: Tryntsje Nauta]

De ware geschiedenis van de oranjekoek blijft onduidelijk. Zijn naam dankt de oranjekoek aan de oranjesnippers in het deeg: geconfijte stukjes sinaasappelschil. Aangezien de sinaasappel pas in de zeventiende eeuw voor de meeste mensen bereikbaar was, moet de oranjekoek in zijn huidige vorm ook uit die tijd stammen.

Die oranjesnippers waren tevens een poging om de oranjekoek een wat luxere uitstraling te geven. Daar hielpen ook de laagjes amandelspijs en roze suikerfondant aan mee en, uiteraard, de sierlijk opgebrachte crème, slechts gemaakt van boter en suiker. Bakkers van nu kiezen soms voor slagroom, maar dát is voor de liefhebbers van de oranjekoek not done.

Iedere bakker heeft zijn eigen recept dat van vader op zoon wordt doorgegeven. Vooral in de Friese Wouden wordt door bakkers anijs in hun oranjekoeken verwerkt. In Noordwest-Fryslân juist meer kaneel en in andere delen van Fryslân wordt gember gebruikt.

In Friesland is de oranjekoek het domein van ambachtelijk opererende bakkers. Buiten Friesland zijn er negen van zulke bakkers die zich aan de oranjekoek wagen: drie in Groningen, evenzoveel in Amsterdam en verder nog in Zuidlaren, Leiden en Barneveld. Meestal bakken die bakkers voor de Friezen om utens, buiten Friesland wonende Friezen.

No comments:

Post a Comment